Stripbeurs in de regen

Gepubliceerd door Hugo op

Ze zit in de trein terug naar huis en probeert niet te huilen.
Het landschap schiet aan haar voorbij achter de regendruppels op de ramen. Naast haar zit een oudere man die ruikt naar de sigaret die hij op het station half heeft opgerookt en snel weggeschoten. Haar sokken zijn doorweekt en haar haar plakt nat tegen haar voorhoofd.
Ze denkt aan vanochtend en hoe ze wakker werd.

Een doos en een weekendtas

Haar buik kolkend van de zenuwen. Hoe ze zichzelf probeerde te vertellen dat dit nergens op sloeg. Dat het maar een stomme stripmarkt was. Dat het niet belangrijk was. Hoe het niet hielp.
Ze had een doos bij zich en een weekendtas die ze van haar ouders had geleend. In de doos zaten 75 boekjes met haar nieuwste stripje. Het zijn maar acht pagina’s. Een verhaal over een jongen die een luchtschip ontdekt op het dak van het kantoor waar hij werkt.
Ze heeft de boekjes pas afgelopen week binnen gekregen en durfde er maar een keer vluchtig doorheen te bladeren. Eigenlijk schaamt ze zich een beetje voor het verhaal. Ze wist wel wat ze ermee wilde, maar had niet het gevoel dat het haar gelukt was dat ook echt op papier te krijgen. In de weekendtas zit een map met tekeningen, een set buttons die ze ooit eens eerder heeft laten maken, wat stickervellen en een heleboel prints van haar tekeningen. Ooit op een stripbeurs in Breda had ze gezien dat tekenaars dit soort dingen meebrachten, dus leek het haar logisch dit ook te doen.

Ze had voor het station gestaan in de regen.
De doos onder haar arm, de tas over haar schouder.
Volgens haar telefoon was het maar tien minuten lopen.
De doos onder haar arm voelde na twee minuten al te zwaar. De tas schuurde bij iedere stap langs haar dijbeen. De regen sloeg in haar gezicht en vermengde zich met zweet dat op haar voorhoofd begon te parelen. Onder haar regenjas voelde ze haar shirt aan haar rug kleven. Misschien had ze toch een bus moeten nemen?

Op het allerlaatste moment had ze besloten een tafeltje te huren op een van de bekendste stripmarkten van het land. Ze had net haar verhaal over de jongen en het luchtschip af en voelde zich voor een kort moment best goed over haar tekenwerk. Ze had er al over gelezen en gezien dat een paar striptekenaars die ze volgde op Facebook en Instagram erheen gingen. In april had ze een avond op de site van de organisatie zitten klikken en kijken. Maar de procedure om je aan te melden was even onduidelijk als haar angst groot was.
En nadat ze haar laptop onverrichter zake had uitgezet, was het idee verdrongen in de drukte van de rest van haar leven. Afspraken, haar baantje op het administratiekantoor, de weekends bij haar ouders, het schrijven van een fantasyroman waar ze maar half achter stond. En toen was het half mei en las ze online dat het hele gebeuren over twee weken al plaats zou vinden.

Het visioen

En opeens zag ze het voor zich, als een soort visioen.
Ze zou haar verhaal over de jongen laten printen. Ze zou een tafel huren. Ze zou daar zitten en haar boekjes verkopen. Dit zou haar eerste stap zijn in de stripwereld naar buiten. Haar comic-out!
Zoals haar grote helden Pedrosa en De Jongh jarenlang op kleine betekenisloze beursjes hadden gestaan voordat succes hen ten deel viel, zou zij hiermee ook haar tocht beginnen.
Tijdens de aanmelding had ze zich dapper en zelfverzekerd gevoeld. Zeker geweten dat dit pad, deze kronkelige weg die ongetwijfeld vol blokkades en beren zou liggen, haar lotsbestemming was. Dat dit nu eenmaal was waarom zij op aarde was. Dat ze alles aan zou kunnen op weg naar haar levensdoel.
Nu ze hier met haar doos en weekendtas door de regen strompelde was ze daar niet meer zo zeker van.

De markt was buiten op het plein, rond de kerk.
Met moeite vond ze haar tafeltje en stalde ze haar spullen uit.
De bovenste boekjes in de doos waren nat geworden. Een paar van de prints in de tas ook. Ze stopte ze weg onder de tafel.
De man naast haar (een tekenaar die ze dacht te kennen van Instagram, maar ze wist het niet zeker, dus durfde hem niet aan te spreken) had een mooi zwart doek meegebracht om over de markttafel uit te spreiden. Zij moest het doen met de onafgewerkte houten planken van de kraam.
Ze ging op de stoel zitten die er stond en probeerde haar tenen warm te wiebelen in haar natte schoenen.

Het eerste uur regende het nog niet zo hard.
Er liepen wat mensen langs de kramen. Soms bleef er iemand staan bij haar buurman. Het voelde alsof ze naakt achter de tafel zat. Alsof iedereen die haar zou zien in lachen kon uitbarsten. Dus instinctief maakt ze zichzelf zo klein mogelijk.

De jongen

Na de lunch (ze heeft er aan gedacht brood mee te nemen in een trommel die ze al een tijdje niet had gebruikt) liep een jongen langs haar kraampje en bleef staan.
Ze durfde haast niet op te kijken.
“Zijn dat jouw strips?”
Opeens was ze weer dertien jaar oud en zat ze tijdens een tussenuur in de gang in haar schetsboek te tekenen terwijl Mike, een van de jongens uit haar klas, voor haar kwam staan.
“Zijn dat jouw tekeningen?”
Ze was nog zo jong. Zo jong en naïef dat ze dacht dat iedereen haar fascinatie voor potloodlijnen, voor patronen van donker en licht in de wereld om ons heen deelde. Dat iedereen het heerlijk vond om te proberen de dingen in je hoofd op papier te krijgen.
Dus keek ze enthousiast omhoog naar Mike, een jongen die haar het hele schooljaar nog nooit iets had geschonken dat in de verste verte ook maar op aandacht leek, en antwoordde met een grote glimlach:
“Ja”
De tijd leek stil te staan.
Mike keek omlaag naar de schetslijnen en arceringen.
Een groepje jongens liep de gang in.
Zonlicht scheen door een raam.
Ze zag de TL-buizen van de schoolgang weerspiegeld in zijn ogen. Zijn haar dat in perfecte nonchalante scheiding werd gehouden door een gel die net de juiste hoeveelheid glans afgaf. De toffe merktrui die hij droeg achteloos opgestroopt op zijn onderarmen.
Het was de eerste keer dat ze zich zo onbeschermd voelde.
Zo… bloot.
Alsof hij dwars door haar kleren heen kon kijken. Alsof hij haar moedervlekken, haar beginnende borsten, het litteken vlak boven haar navel van die keer dat ze op straat gevallen was met haar fiets, de beginnende haargroei onder haar oksels en de andere plekken waar ze zelf in de spiegel nauwelijks naar durfde te kijken, alsof hij dat allemaal kon zien.
Ze sloeg haar ogen neer.
De tekeningen in haar schetsboek zagen er opeens onsamenhangend en lelijk uit.
“Kinderachtig” grijnsde Mike. En liep door.
Haar alleen achterlatend in de gang.
Het was de laatste keer dat ze in een openbare ruimte in haar schetsboek had getekend.

En nu, terwijl de jongen voor haar kraampje stond en vroeg naar haar strips, zag ze in zijn ogen de grijze wolken weerspiegeld. Zag ze zijn haar perfect nonchalant krullend voor zijn ogen vallen. Zag zijn zomerjack achteloos opgestroopt op zijn onderarmen.
En sloeg ze haar ogen maar vast neer.
“Ja” mompelde ze.
De jongen zei iets terug dat ze niet verstond, bladerde even in het boekje, liet het toen los en liep door.

De trein en de tranen

Ze was gebleven tot een uur of vier.
Het was steeds harder gaan regenen en de meeste anderen hadden hun spullen ingepakt.
Er waren nog wel mensen langs haar kraampje gelopen, maar niemand was blijven staan. Zij had haar best gedaan iedere vorm van oogcontact te vermijden.
Met dezelfde doos en weekendtas was ze weer terug gesjokt richting het station. De zwaarte van de doos onder haar arm en het ongemak van de weekendtas verwelkomend als twee oude vrienden die haar misschien vreselijk behandelden, maar haar in ieder geval niet negeerden.

En nu zat ze in de trein en probeerde niet te huilen.
Ze dacht dat het wel zou lukken.
Dat ze het wel vol kon houden tot ze de doos onder een stoel op haar kamer had geschoven en de weekendtas had neer laten ploffen op haar bed. Ze zou zich inhouden tot ze haar natte kleren had uitgetrokken en zichzelf in joggingbroek en slobbertrui had opgekruld naast de tas. De tas met de buttons, de stickers, de prints en haar schetsboek. Het schetsboek waarvan ze zich voornam het nooit meer te openen.
En dan zou ze de tranen rustig laten komen.

Categorieën: Artikel

Hugo

Bedenker van De Lijn.

15 reacties

Meerten Welleman · juni 7, 2022 op 7:10 am

Een nieuwe trend? Even een mooie titel voor bedenken: Terug van naar Stripdagen geweest of zo.

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:13 pm

    Ha, goeie Meerten!

Christiaan · juni 7, 2022 op 7:16 am

Wait what? Dit is toch wel echt een heel verdrietig verhaal. Wie is dit, en waarom. Is er niet nog een vervolg? En waar is de Lijn in dit verhaal? I feel sad.

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:14 pm

    Ja shit, sorry Chris.
    Maar, “Why do we fall?” weetjewel 🙂
    (Maar, nu je het zo zegt, waar WAS De Lijn nu je het zegt…)

Olivier Huizer · juni 7, 2022 op 7:51 am

Mooi verhaal!

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:14 pm

    Bedankt Olivier!

Kees Kouwenberg · juni 7, 2022 op 9:19 am

En nu wil ik dat boekje van haar lezen, en kopen…

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:14 pm

    Haha, en terecht!

Michel Gastkemper · juni 7, 2022 op 9:40 am

Schrijven kun je, Hugo! Daar heb je helemaal geen plaatjes voor nodig. Hoewel ik wel benieuwd zou zijn hoe je dit in beeld brengt.

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:16 pm

    Dankje Michel! Ik zal je zeggen dat ik hier nog over getwijfeld heb. Vooral een tijdsding ben ik bang haha.

Joost · juni 7, 2022 op 10:09 am

Ik wil een vervolg waarin alles goed komt.

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:16 pm

    Ik klim in de pen Joost!
    “…en alles kwam goed!”

      Rein Valk · juni 7, 2022 op 3:32 pm

      Ik weet een leuk vervolg..
      “Het meisje gaf echter niet op, nadat haar tranen waren gedroogd pakte ze een blanco vel papier en ging driftig tekenen. Het moest beter, het moest anders.. ze zou die sukkels wel eens laten zien wat ze kon.
      Het duurde een paar jaar, maar nu is alles anders, de stripdagen in Haarlem, waar?
      Ha, ze lacht erom, ze moet naar Angouléme, Parijs en Toronto. Binnenkort verschijnt haar Japanse vertaling.
      Ja, die kleine Aimee heeft het ver geschopt…”

Rein Valk · juni 7, 2022 op 10:14 am

Wat een triest verhaal..
En herkenbaar.. ik zag verschillende beginnende tekenaars op de markt zitten met hun eerste probeersels. Wat amateuristisch soms, soms verfrissend, soms prachtig, soms slecht, maar wél goed dat ze er waren!
Ik hoopte voor ál die nieuwe helden dat ze veel aandacht en klanten kregen.
Zo schrijnend als jouw verhaal zal het toch niet zijn geweest mag ik hopen..
Zelf heb ik nooit wat durven uitgeven, bang om daar te zitten zoals dat meisje. Ik heb dus heel veel bewondering voor al die tekenaars die het wél aandurven.

    Hugo · juni 7, 2022 op 12:26 pm

    Mooi gezegd Rein!
    En ondanks de angst is er altijd ook ruimte voor moed natuurlijk!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.