Geen zin

Gepubliceerd door Hugo op

Dinsdagavond, kwart over acht.
Het is me gelukt de kinderen zonder schreeuwen (van mijn kant althans) op bed te leggen. De afwas is gedaan en ik schenk mezelf een kop thee in. Na een hele dag werken op Buro BRAND heb ik het gevoel dat ik voor het eerst in 48 uur eindelijk weer eens een moment voor mezelf heb. Eindelijk weer eens tijd om überhaupt adem te halen.

De overbuurman van een jaar of 76 zit op zijn stoeltje voor zijn huis te genieten van het laatste beetje zon. Toen ik vanmorgen naar mijn werk ging zat hij daar ook al.
Wat een leven heeft die vent.
Gewoon een beetje buiten zitten op een stoel.
Beetje zwaaien naar mensen die langsrijden.
Beetje een praatje maken met mensen die langslopen (het voordeel van non-stop voor je huis zitten is dat je letterlijk iedereen in de buurt leert kennen).
Beetje half in slaap sukkelen met een kop lauwe koffie op je schoot en wakker schrikken als een van de buren een beetje opgefokt zijn of haar huis verlaat en de deur hard dichtsmijt.

Ik kijk naar hem door het keukenraam en word overvallen door moedeloosheid.
Natuurlijk had ik mezelf voorgenomen om vanavond nog even een uurtje aan De Lijn te werken. Er wacht een nieuwe issue op me waarvan er nog 34 pagina’s getekend moeten worden. Ieder moment ik daar niet aan werk voelt als een sneeuwbal die op me af komt stevenen en steeds groter wordt.
Als die Griekse vent die een steen een berg op moest duwen en steeds vlak voordat hij boven was rolde de steen weer helemaal naar beneden.
Steeds opnieuw.
Hoe heette die vent ook alweer?
Siegfried?
Synopsis?
Zie ommezijde? Zoiets.
Ik overweeg een boek over Griekse mythen en sagen – dat ik volgens mij nog wel ergens heb liggen – te gaan zoeken en te kijken of ik het daarin kan vinden.
Waarschijnlijk kan ik het ook wel googlen.
Maar zelfs dat kan ik niet opbrengen terwijl ik naar de overbuurman zit te kijken die zijn derde halve liter blik schultenbrau opentrekt.

Begrijp me niet verkeerd (wie hou ik voor de gek, mensen begrijpen elkaar voortdurend verkeerd, dus de kans dat dat gebeurt terwijl jij een artikel leest over mijn overbuurman dat tot nu toe nog niet echt ergens heen lijkt te gaan, is eigenlijk vrij groot. Maar het is zo’n uitdrukking die je op een gegeven moment gebruikt zonder er nog bij stil te staan wat deze letterlijk betekent), ik hou van De Lijn maken.
Het is een project waar ik al mijn gekke ideeën in kwijt kan (zoals advertenties en brievenrubrieken), maar ook mijn meer serieuze observaties van de wereld om me heen. Het schrijven en tekenen ervan is een van de weinige momenten dat ik die beruchte flow-state benader. Een eigen superheldenstrip maken is een van mijn grote dromen en het stelt mij in staat om met andere mensen te verbinden over dingen die ik belangrijk vind en die me aan het hart gaan.
En toch heb ik geen zin.
Ik ben gewoon te moe.
Heb al te veel werk verzet vandaag.
Wat is er mis mee om mezelf even een avondje voor mezelf te gunnen? Ik werk hier al zo hard aan en dat ene uurtje missen zal echt niet het verschil maken.
Toch?

Weerstand

Dit is wat Steven Pressfield in zijn boek The War of Art ‘weerstand’ noemt: Krachten in jezelf die je afhouden van het bereiken van je creatieve doel. Die anonieme, vormloze, zielloze energie met als enige doel ervoor te zorgen dat je nooit aan het creatieve werk begint dat eigenlijk je ware roeping is. Deze weerstand wordt gevoed door angst. Hij wint in kracht zodra je er aan toe geeft.
Deze zelftwijfel en angst zijn, volgens Pressfield, juist indicatoren dat iets je aan het hart gaat. Dat het de moeite waard is dit pad te vervolgen. Dat je op de goede weg bent.
Een van de oplossingen die Pressfield voorstelt is om een ‘pro’ te worden (‘to Go Pro’ is een advies dat een bekend cameramerk erg letterlijk nam). Ofwel, zie je creatieve werk niet als een hobby. Niet als iets dat je af en toe doet als je er zin in hebt, of erger nog als je inspiratie voelt opborrelen. Nee, beschouw het als een professie. Ruim er elke dag tijd voor in en ga er toegewijd mee aan de slag.
Zo vecht je tegen weerstand en kun je het uiteindelijk verslaan.

Het past bij de titel van het boek (een omkering van het befaamde oorlog handboek – ja dat zijn dingen die bestaan – Art of War van Sun Tzu uit de 5e eeuw voor Christus) en valt ook perfect in de Amerikaanse levensfilosofie “als je maar hard genoeg werkt krijg je het voor elkaar”. Het appelleert aan die heerlijke strijdersmentaliteit die we soms allemaal voelen.
Die maakt dat we om vier uur op willen staan om naar het strand te fietsen en daar een slopende workout te doen.
En dat kan heel motiverend werken.
Soms.

Maar ik merk dat op de momenten dat ik zo voor het raam sta (me sta af te vragen waarom ik dit in godsnaam wilde), het idee van ‘vechten tegen de weerstand’ me alleen maar moedeloos maakt.
Dat het eigenlijk alleen maar munitie is voor de weerstand zelf. Dat het me alleen maar het gevoel geeft dat het dus blijkbaar niet eens lukt om hier doorheen te vechten.
Sterker nog, het lukt me niet eens om op te staan!
Gelukkig heb ik een andere manier gevonden.
Een, ik kan het niet anders zeggen, list.

Steensoep

Deze list. Deze meestertruc. Deze manier om je kritische geest en uitstelgedrag volledig om de tuin te leiden en als een ware judoka hun eigen energie tegen zichzelf te gebruiken, is ingegeven door een verhaal dat ik ooit las of hoorde. Later kwam ik erachter dat het een Portugees volksverhaal was, de versie die me ik mij herinner gaat iets anders.
Het gaat over soep en het gaat zo:

Een oude knorrige man zit iedere dag op een stoel voor zijn huis.
Hij kijkt naar de wereld om zich heen en ziet overal wel iets dat beter kan.
Iedere ochtend pakt hij zijn stoel en gaat zitten voor zijn huis in het bos.
Daar komt Boer Geert langs. Hij vertelt over zijn plan om voortaan met een grote machine achter zijn os het land om te ploegen.
“Succes,” zegt de man “maar het zal nooit werken, veel te veel gedoe om telkens die os voor je ploeg te krijgen.”
En daar komt Tuinder Bart. Hij vertelt over een glazen huis dat hij wil bouwen zodat hij groente en fruit kan laten groeien.
“Ha, veel geluk,” zegt de oude man “hoe kun je nou een huis bouwen van glas?!”
Kortom, het was het een dag als alle andere. De oude man zat buiten en keek vol afgunst naar het initiatief om zich heen.
Totdat tegen zessen, de zon stond al laag, er een Landloper langskwam.
Het was een vreemd figuur, zijn voeten in geitenwollensokken en sandalen. De pijpen van zijn gerafelde broek opgerold. Zijn jas op meerdere plaatsen gerepareerd met stukken stof. Zijn overhemd vies en vol vlekken. Zijn baard lang en onverzorgd. Op zijn hoofd een vissershoedje waar piekerig haar onder uitstak.

Hij kwam aanlopen en de oude man schoot in de lach.
“Waar kom jij vandaan knul? Je ziet eruit alsof je hebt geworsteld met een roedel wolven!”
De landloper glimlachte en zei:
“Nou eigenlijk was ik op zoek naar iemand om mijn befaamde Steensoep mee te eten.”
“Steensoep? Wat is dat voor geklets?”
De Landloper glimlachte opnieuw en haalde een steen ter grootte van een vuist uit zijn binnenzak.
“Steensoep is een soep die gemaakt wordt met deze magische toversteen die ik lang geleden van een goede heks heb gekregen. Alles dat ik nodig heb is een pan water en vuur.”
De oude man hield het niet meer en proestte het uit in het gezicht van de landloper.
“Soep van steen! Haha! Een Ploeg achter een os. Een huis van glas. En nu steensoep! Ze verzinnen toch steeds wat nieuws!”
De glimlach van de landloper bleef onveranderd op zijn gezicht.
“Het is niet meer dan een simpel soepje. Ik dacht misschien wilt u mee eten?”
De oude man sloot kort zijn ogen en ving de laatste zonnestralen op voordat de bomen zijn plek in schaduwen zou hullen.
“Weet je wat, ik geloof er geen snars van! Maar binnen staat een pan. En water kun je uit de put halen. Bij de haard ligt hout voor vuur. Dus ga je gang.”
Rustig rommelde de Landloper in het huis van de man. Vulde een pan met water. Stak het vuur aan. De steen hing hij aan een touw in de soep. De man zat nog steeds op zijn stoel toen de landloper uit het huis riep: “Één vraag nog!”
“Hmmz?”
“Wat peper en zout, heeft u dat?”
“Bovenop de rechterkast.”
“Ah geweldig, dat is alles wat ik nodig heb!”

Inmiddels was de zon achter de bomen gezonken en liep de man zijn huis in.
“Oké, ik moet toegeven het ruikt al behoorlijk naar soep.”
“Dank u,” zei de Landloper, “hij is zo klaar, het duurt niet lang meer. Wel vroeg ik me nog één ding af.”
“Vertel.”
“Ik zag dat u daar wat champignons heeft liggen.”
“Klopt, zelf geplukt.”
“Ze zien er fantastisch uit, u heeft duidelijk erg veel verstand van champignons!”
“Ach het is een kwestie van weten waar je op moet letten. De goede plekjes zien te vinden…” gaf de man toe.
“Het is wat ongebruikelijk, ik heb het in ieder geval nog nooit gedaan, maar denkt u dat we iets van de champignons zouden kunnen gebruiken? Zonder meer wordt het daarmee een zeer verrukkelijke steensoep.”
De man keek even naar de champignons en toen naar de pan. Zijn maag knorde.
“Vooruit maar.”
De landlopers sneed de champignons en voegde ze toe aan de soep. De man ging aan tafel zitten terwijl de landloper afwisselend roerde en de tafel dekte.
“Duurt het nog lang?” vroeg de man.
“Niet lang meer,” zei de Landloper “ieder moment nu, ik had alleen nog één vraagje.
“Tuurlijk,” zei de man.
“Het viel me op, toen ik de borden uit de kast haalde, dat u hier twee prachtige courgettes heeft liggen.”
“Klopt, gehaald bij tuinder Bart.”
Hij moet u wel erg goed gezind zijn, als hij u zijn mooiste exemplaren geeft. U bent ongetwijfeld een man wiens mening hij zeer op prijs stelt.”
Het kon komen door de avondzon die het raam binnenviel, maar het leek nu of de oude man bloosde. Abrupt stond hij op.
“Ik pak wat wijn voor bij de soep.”
“Ik vroeg me af, of we wellicht de courgette zullen toevoegen aan de soep.” opperde de Landloper, terwijl de oude man een karaf tevoorschijn haalde.
De oude man schonk twee bekers in.
“Het zou samen met de champignons, in combinatie met de magie van de steen, voor een smaaksensatie zorgen die zelden door een soepeter is ervaren.”
De oude man nam een slok wijn.
“Goed idee.”
De Landlopers sneed de courgette en voegde hem toe aan de soep.
“Weetje,” zei de man “ik heb nog wat basilicum en rozemarijn staan. Zou het geen goed idee zijn dat ook toe te voegen?”
De Landloper glimlachte breed.
“Dat vind ik een geweldig idee.”
“En er is ook nog wat brood in die mand daar, dat kunnen we erbij eten.”
En zo plukte de man kruiden en maakte hij samen met de Landloper de Steensoep af. En genoten zij samen van een heerlijk maal terwijl de man vertelde over de mooie plek waar hij woonde. Vol vooruitstrevende uitvindingen, zoals een door ossen getrokken ploeg en glazen huizen.
En zo zaten ze als oude vrienden samen te praten tot diep in de nacht. Te genieten van het brood, de wijn en de steensoep.

Moraal

Oké ik moet toegeven dat ik dit verhaal volledig naar mijn eigen hand heb gezet om een punt te maken. Maar is dat niet precies waar verhalen voor zijn?
Voor mij gaat dit verhaal over mijn eigen interne strijd met weerstand.
De oude man is al het zure, negatieve en cynische. Die grommende vent die maar al te vaak om de hoek komt kijken en …probeert weerstand te bieden.
Het is verleidelijk om aan hem toe te geven.
Of hem te proberen te negeren.
Of met hem in discussie te gaan.
Tegen hem te schreeuwen en te zeggen hoe waardeloos hij eigenlijk is.
Maar veel helpender is het om als een ware Landloper om hem heen te dansen en zachtjes te masseren.
Hem te vleien.
Hem te beminnen.
Hem te laten ontdooien zonder dat hij door heeft wat je eigenlijk aan het doen bent. Voor je het weet staat hij je enthousiast mee te helpen in de keuken.

Tekenen op de bank

En zo komen we via een omweg bij mijn manier om om te gaan met weerstand.
Als ik totaal geen zin heb om te tekenen.
In plaats van boos worden op mezelf en mezelf uit de put praten, trek ik mijn landlopersschoenen (sandalen) aan en zeg:
Je hebt ook gelijk.
Ik heb al veel te hard gewerkt.
Weet je, we gaan even op de bank zitten.
Gewoon even lekker helemaal niks.
Lekker even rusten.
Dat is heerlijk zeg.
Hmm, even helemaal niks.
Net als de buurman.
Weet je wat lekker zou zijn?
Even ons tekentablet op schoot.
Gewoon heel even een beetje te doodlen terwijl we uit het raam kijken.
Niks bijzonders.
Gewoon even heerlijk ontspannen.
Oh man ja, hmmm.
Dit is wat we nodig hadden.
Een beetje actiehoudingen van De Lijn tekenen.
Ha, deze is goed zeg!
Weetje, misschien kunnen we dit wel gebruiken voor pagina zeven waar we nu mee bezig zijn?
Hey dat is een goed idee.
Ik open even de files.
Gewoon even rommelen.
Lekker toch zo?

Wacht eens even, hebben we nou weer een hele pagina zitten inkten?
Ik weet niet waar je het over hebt!
Jij.. Jij… Landloper!
Voelde goed toch?
Om eerlijk te zijn… heerlijk.
Kom we gaan naar bed, het is al half tien, ouwe man die je bent.

Categorieën: Artikel

Hugo

Bedenker van De Lijn.

7 reacties

Paul Seriese · juni 29, 2022 op 7:56 am

Mooi verhaal Huug, heb weer goed gelachen, maar de dag gaat weer beginnen ik denk dat ik maar even voor het raam ga staan, altijd wat te zien.

    Hugo · juni 29, 2022 op 9:43 am

    Haha heel goed Paul!

    Hugo · juni 30, 2022 op 11:07 am

    Haha, HAMERSOEP, damn, dat klinkt nog een stuk beter!!

Christiaan · juni 29, 2022 op 9:26 am

nice..

Ineke seriese · juni 29, 2022 op 11:04 am

De Steensoep is een van mijn lievelingsverhalen. Vertel een aangepaste versie als kerstverhaal op school. Ik dacht dat t een verhaal uit Ierland was. Wij hadden vroeger een prentenboek dat ik altijd aan de kinderen voorlas. Het heette De hamersoep. Leuk verhaal Huug. Herkenbaar ook.Je moet gewoon columns gaan schrijven met eigen illustraties.

Robin · juli 1, 2022 op 2:40 pm

Herkenbaar! Ik ga er ook eens af en toe een landloper bij halen 🙂

    Hugo · juli 1, 2022 op 6:52 pm

    Heel goed Robin, pluk m van straat (of het land)!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.