Batman comics die De Lijn inspireerde: Batman special 4

Gepubliceerd door Hugo op

Eigenlijk is het allemaal Jelmers schuld.

Normaal was overblijven in groep zes een kwestie van buiten rondrennen en ninja acties uitvoeren met het vaste groepje. Of in die ene klimboom klimmen en doen alsof je klasgenoten besloop en beroofde van hun geld omdat we een soort Robin Hood achtige club waren. Maar vandaag regende het zaten we met zo’n honderd snotterende, hoestende en schreeuwende kinderen in het handvaardigheidslokaal te lunchen. 

Dit was natuurlijk niet alleen vreselijk saai voor ons, maar ook de hel voor de overblijfmoeders en juffen omdat de kudde ongeleide projectielen nu niets van de opgebouwde energie kwijt kon. Volgens mij werd ergens achterin het lokaal wel met Lego gespeeld, maar dat is natuurlijk niet hetzelfde.

Ik keek vanachter een droge boterham met iets dat ongetwijfeld ooit kaas was geweest naar het raam. Druppels maakte sporen die soms bij elkaar kwamen en dan weer uit elkaar gingen. Ik volgde een druppel met m’n ogen en probeerde te voorspellen waar ‘ie heen zou gaan. Hem te sturen met mijn telepathische geest waarvan dit me nou het perfecte moment leek om zich te openbaren.

Terwijl ik bezig was met deze oefening plofte Jelmer naast me neer.

“Heb je deze al gelezen?”

Jelmer was al sinds groep drie ofzo een van m’n beste vriendjes en we deelde een liefde voor stomme humor, flauwe stemmetjes en het bouwen van matras-hutten in onze slaapkamers. 

Hij hield een stripboek omhoog en eindelijk kon ik mijn aandacht lostrekken van het regenraam. Al sinds m’n zesde had ik een abonnement op de Donald Duck en strips hadden sindsdien de top drie van meest interessante bezigheden ooit betreden en nooit meer verlaten. 

Maar de strip die hij omhoog hield was absoluut geen Donald Duck.

De voorkant toonde een regenachtige steeg waar de druppels nog woester neerkwamen dan tegen het raam waar ik zojuist naar had zitten staren. De wind blies vlagen regenwater langs een brandtrap. Een omgevallen vuilnisbak toonde een lege whiskyfles en een hoop andere rotzooi die ik haast kon ruiken. De steeg werd tijdelijk verlicht door een bliksemschicht die fel geel afstak tegen de grijsblauwe hemel. Natuurlijk ving niets van dat alles mijn initiële aandacht. Die ging volledig naar het figuur in het midden van de steeg.

Daar stond Batman.

Voor meer dan de helft diepzwarte schaduw. Zijn ogen twee priemende kieren in het duister. Zijn cape een wild fladderende, kringelende vleugel, opgewaaid door de wind. Zijn schaduw vervormd door de plassen op de grond. En zijn hand, man zijn hand, gespannen tot een woedende klauw klaar om datgene te verscheuren dat recht tegenover hem stond. Klaar om mij te verscheuren.

En dat deed hij.

Batman Special nummer vier, slechts Fl. 5,95

Batman Special vier

Het stripboek dat Jelmer me in handen had gegeven was “Batman Special nummer vier”. Uitgegeven door Baldakijn Boeken, een imprint van Junior Press dat in de jaren negentig Batman comics uitgaf. In Batman Special werden op zichzelf staande verhaallijnen gepubliceerd uit de Amerikaanse comics. 

In special vier was dat verhaal “Nachtvogels”. Origineel verschenen als “Night People” in Detective Comics 587, 588 en 589. Geschreven door Alan Grant en weergaloos getekend door Norm Breyfogle.

Geweldig dynamische pagina layout van Norm Breyfogle.

Het verhaal begint met Batman die een drugsdeal probeert tegen te houden, maar ontvouwt zich al snel in een ontstaansverhaal van The Corrosive Man (de aanvreter in de Nederlandse vertaling): een soort ‘zoutzuur-man’ die alles wat hij aanraakt doet smelten en verbranden. De finale speelt zich af in een kelder met een vent die zichzelf Kadaver noemt en een voorliefde heeft voor horror-attributen.

De Aanvreter

Het is geweldig om te zien hoe het verhaal langzaam steeds onrealistischer wordt en hoe Grant er in slaagt je steeds een stapje verder te nemen deze bizarre wereld in. Ik bedoel, op een gegeven moment jat ‘De Aanvreter’ een vrachtwagen, maar hij komt niet ver omdat zijn handen door het stuur heen vreten en zijn kont door de stoel brandt. Geweldig!

Ooit wel eens geprobeerd met je zoutzuurlichaam een vrachtwagen te besturen?

Naast de covertekening is de rest van het artwork van Breyfogle waanzinnig. Zijn figuren zijn dynamisch en de kuiten en bovenbeenspieren van Batman tarten haast de wetten van menselijke anatomie. Batmans hoofd is vaak niet meer dan een zwart silhouet en de pagina layouts zijn zo dynamisch dat ze je het gevoel geven dat je midden in de actie zit.

Er is een scene waarbij Batman z’n cape om een houten kruis wikkelt dat hij door het raam slingert zodat hij een informant, in een achteraf steegje in de kraag kan grijpen. Nadat hij de informant op klassieke Batman wijze heeft geïntimideerd trekt hij doodleuk de cape weer door het raam van het kruis af en slingert hij verder de nacht in. De twee schurken die klaar stonden om hem in elkaar te timmeren in verwarring achterlatend.

Ik dacht altijd dat een ‘kresh’ een plek was voor peuters…

Het zijn dit soort korte scènes tussendoor die mij lieten zien hoe krachtig het is om in een verhaal aandacht te besteden aan de details. En om de slimmigheid van je held te tonen in gave acties die zijn tegenstanders misleiden.

Maar een van de tofste dingen is dat de hele vertelling wordt omlijst door het verhaal van een coke-verslaafde radio DJ die gedurende het verhaal steeds terugkomt. Het is een subplot dat moeiteloos door het verhaal wordt geweven en aan het eind van het verhaal voor een prachtige strik zorgt. Het laat zien dat het goed uitwerken van bijfiguren in je verhaal je lezers het verhaal inzuigt.

Nacht-DJ’s bestaan die eigenlijk nog?

Ook al gaat het over een man van zoutzuur (die uiteindelijk gelukkig in een goed geplaatst bad van ongebluste kalk terecht komt), dit soort realistische karakters aan de zijlijn maken het verhaal toch geloofwaardig.

Het doet me denken aan de uitspraak dat je als tekenaar niet zozeer op zoek bent naar realisme, maar wel altijd naar geloofwaardigheid. (Ik heb geprobeerd dit citaat ergens terug te vinden, maar tevergeefs, dus als je weet wie dit ooit heeft gezegd, laat het me weten!)

Natuurlijk was ik me van geen van al deze technische dingen bewust tijdens die regenachtige middag in 1993. Die DJ die steeds voorover boog om “snort” te zeggen, geen flauw idee wat die aan het doen was joh.

Snort? Hij zal z’n neus wel aan het snuiten zijn?

Maar ik werd wel meegesleurd door het verhaal. De regen. De donkere tekeningen.

Helaas was de lunchpauze al goed onderweg toen ik begon te lezen. Dus kwam ik maar tot pagina vijftien toen het alweer tijd was om “op te ruimen jongens.”

Ik probeerde de tijd zo lang mogelijk te rekken. 

Het blaadje vast knijpend met mijn kleine kinderhandjes om uit alle macht de tijd langzamer te doen gaan.

Nu dan, nu zou een fantastisch moment zijn om die telepathische kracht zich te laten openbaren. Het lokaal te bevriezen zodat iedereen onbewogen zou blijven staan en ik gewoon mijn Batman strip kon blijven lezen.

“Ook jij Hugo. Slome!”

De rest van de middag probeerde ik me te concentreren op een opdracht begrijpend lezen, of een rekenopgave die ik niet begreep. Concentreren was sowieso al niet zo mijn ding, maar met Batman in mijn hoofd ging het al helemaal niet. Als we morgen weer gewoon zouden buitenspelen tijdens de lunchpauze was het nog maar de vraag of ik die strip ooit nog terug zou vinden. Volgens mij werden ze bewaard in een bak die ook naar de lage klassen ging en we wisten allemaal hoe erg die van papierkauwen hielden.

Een kleine boef

Toen we de school uit liepen was het gestopt met regenen. 
In de fietsenstalling kwam Jelmer naast me staan.
“Hier”
Even begreep ik niet wat ik zag.
Hij drukte de Batman special in mijn handen terwijl ik hem vragend aankeek.
“Onder m’n shirt gestoken” zei hij nonchalant. Het was toen al een kleine boef.

Ik propte de strip in mijn tas en racete naar huis.
Naar mijn kamer waar ik de strip wel honderd keer van voor tot achter las.
Waar ik met overtrekpapier probeerde de gaafste poses over te trekken.
Waar ik mijn eerste kleine stripjes schreef.
Waar ik begon te dromen van het schrijven en tekenen van mijn eigen superheldenstrip.
Een droom die me de rest van mijn leven eigenlijk niet meer heeft losgelaten.

Dus ja, je zou kunnen zeggen dat het allemaal Jelmers schuld is.

Bedankt, kleine boef!

Zelf lezen?

Het verhaal “Night People” is verzameld in Legends of the Dark Knight: Norm Breyfogle Vol. 1 (collected). En Batman Special nummer vier is vast nog wel te vinden in een bananendoos op een stripmarkt als je goed zoekt.

Het is een van de verhalen die voor mij een nieuwe wereld opende en nog steeds inspiratie vormt als ik aan De Lijn werk.

Categorieën: Artikel

Hugo

Bedenker van De Lijn.

8 reacties

Ellen · mei 17, 2022 op 7:23 am

Wat een heerlijk verhaal! Ik word nu benieuwd: welke schrijver heeft jou geïnspireerd om zulke mooie stukken te schrijven?

    Hugo · mei 17, 2022 op 12:47 pm

    Hey thanks Ellen! Er zijn er zo veel. Schouders van reuzen zeggen ze he 🙂

Dorien · mei 17, 2022 op 8:12 am

Waar ik nu aan denk? Dat ik een oude bananendoos op een stripmarkt wil doorzoeken. *zwaait terug*

    Hugo · mei 17, 2022 op 12:47 pm

    Dat begrijp ik Dorien. Dat begrijp ik helemaal!

Joost · mei 17, 2022 op 2:01 pm

Fantastisch verhaal Hugo!

    Hugo · mei 17, 2022 op 2:24 pm

    Thanks Joost!

Rick · mei 19, 2022 op 8:48 pm

Mooi stukje man. Fijn en mooi om te weten hoe en wanneer je liefde voor Batman is ontstaan. Ik wil kadaver graag in vervolg op the Batman.

    Hugo · mei 24, 2022 op 1:02 pm

    Thanks Rick. Haha, da’s niet eens zo’n slecht idee!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.